Inleefmoment

R. en ik organiseerden samen een inleefmoment. In het inleefmoment stonden verbondenheid en behulpzaamheid centraal. 

Doelen

  1. De leerlingen ervaren hoe het is om een fysieke, visuele, auditieve of verstandelijke beperking te hebben. 
  2. De leerlingen stellen manieren voor waarop ze iemand met een beperking kunnen helpen. 

De activiteit

Om de activiteit te starten had R. zelf een tekstje getypt. Hij vertelde aan de andere leerlingen dat deze activiteit er niet alleen voor hem was, maar voor alle mensen met een beperking. 

De leerlingen werden in groepjes per 4 verdeeld. 

Visuele beperking

Eerst was er een doorschuifsysteem met 4 opdrachten waarbij de leerlingen zich moesten inleven in enkele visuele beperkingen. 

1. Tikkertje spelen met kokerzicht. 

2. Touwtjespringen met een wazige bril op. 

3.  Een bal naar elkaar gooien met een bril die het zicht van R. nabootst. 

4. Je plaats zoeken in de klas terwijl je volledig blind bent. 

Kubb

Daarna werd er Kubb gespeeld. De leerlingen speelden in teams per vier. Per team kregen twee leerlingen een kaartje waar een beperking op stond. Om zich in te leven, mochten ze de nodige attributen gebruiken. De andere twee teamgenoten moesten hen helpen. Na 10 minuten werd er gewisseld. 

Reflectie

Het was een zeer geslaagde activiteit voor R. Hij glunderde de volledige namiddag. Het had zelf het initiatief genomen om iets te typen dat hij kon vertellen aan de klas. Hij zorgde ook zelf voor een groepsverdeling. Hij koos ervoor om niet bij zijn beste vrienden in een groepje te zitten, maar ook eens met iemand waarmee het minder klikt. 

Eerst had R. er wat moeite mee toen ik voorstelde om de activiteit door te trekken naar verschillende beperkingen. Ik deed dit, omdat er in het verleden al pestgedrag was ontstaan door jaloezie. Een leerling vond dat R. teveel aandacht kreeg en zette andere kinderen tegen hem op. We besloten daarom om het inleefmoment in twee te verdelen. Een deel rond een visuele beperking en een deel rond verschillende beperkingen. R. stelde zelf voor om verschillende brilletjes te gebruiken, zodat het niet alleen over hem zou gaan. 

Aan het begin van de activiteit vroeg R. me of hij zelf geen brilletje moest opzetten. Aan het begin van het kubb-spel trok hij geen kaartje waarop een beperking stond. Dit moest hij ook niet van mij. Toen er gewisseld werd, vroeg hij of hij ook een kaartje mocht trekken. Dit had ik niet verwacht. 

Tijdens de kubb-activiteit was er een leerling die zich moest inleven in een verstandelijke beperking. Op zijn kaartje stond dat hij de spelregels niet begreep. De leerling leefde zich goed in en dit zorgde frustratie bij een andere leerling, die niet door had wat er aan de hand was. Een teamgenoot reageerde dat het waarschijnlijk lag aan wat er op het kaartje stond. "Je kan niet bij iedereen zien dat hij een beperking heeft." De frustratie werd onmiddellijk vervangen door behulpzaamheid. 

Tijdens het reflectiemoment gaven de leerlingen mooie voorbeelden van hoe ze R. konden helpen. Zo gaf er een groepje aan dat R. tijdens de speeltijd wel mocht meespelen met het springtouw, maar dat hij steeds verkeerd sprong. Een ander groepje vertelde dat het touwtjespringen bij hen wel lukte. Ze lieten de persoon met de visuele beperking op een vaste plaats staan en telden af. Zo lukte het wel om te springen. R. ervoer dit ook.

 

Maak een Gratis Website met JouwWeb